Alle vragen

Hoe wordt kinderalimentatie berekend?

FamilyWetgeving gecontroleerd op Also available in English

Hoe wordt kinderalimentatie berekend?

Kort antwoord: De hoogte van de kinderalimentatie wordt in drie stappen bepaald op basis van de zogenaamde Tremanormen (het Rapport Alimentatienormen van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak): eerst de behoefte van het kind aflezen uit de NIBUD-behoeftetabel, vervolgens de draagkracht van beide ouders berekenen, en tot slot de behoefte naar verhouding van die draagkracht verdelen over de ouders. De wettelijke grondslag is artikel 1:404 BW (de onderhoudsplicht van ouders).


1. Wettelijke basis

  • Artikel 1:404 lid 1 BW: "Ouders zijn verplicht naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen." bron
  • Artikel 1:406 BW: als een ouder niet vrijwillig bijdraagt, kan de andere ouder de rechter vragen het bedrag vast te stellen.
  • Artikel 1:408 BW: het vastgestelde bedrag wordt betaald aan de verzorgende ouder; het LBIO (Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen) kan de invordering overnemen. bron

De wet zelf geeft geen rekenregels. In de praktijk volgen rechters, mediators en het LBIO de Tremanormen uit het jaarlijkse Rapport Alimentatienormen (uitgegeven door de Werkgroep Alimentatienormen, beheerd bij de Rechtspraak).


2. Stap 1 – De behoefte van het kind (NIBUD-behoeftetabel)

De behoefte is wat een kind "nodig heeft" op basis van de welvaart van het gezin vóór de breuk.

  • Uitgangspunt: het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBI) van beide ouders samen in de periode vóór de scheiding, opgeteld bij het toenmalige kindgebonden budget.
  • Dit inkomen wordt opgezocht in de Behoeftetabel (NIBUD-tabel) die de Rechtspraak elk jaar publiceert. De tabel geeft het "eigen aandeel" van de ouders in de kosten van 1, 2, 3 of 4 kinderen. bron tabel
  • De tabel is exclusief kinderbijslag (sinds 2023 wordt met een gemiddeld bedrag gerekend in plaats van het oude puntensysteem) en exclusief eventuele bijzondere kosten.

Vereenvoudigd voorbeeld uit de Behoeftetabel 2025:

Netto gezinsinkomen (per maand)1 kind2 kinderen3 kinderen
€ 4.000€ 545€ 910€ 950
€ 5.000€ 680€ 1.150€ 1.220
€ 6.000€ 810€ 1.380€ 1.480

De tabellen lopen sinds 2025 door tot een NBI van € 7.500. Bij een hoger inkomen kan een partij met een onderbouwde behoeftelijst (werkelijke kosten) vragen om van de tabel af te wijken.


3. Stap 2 – De draagkracht van elke ouder

De draagkracht is wat elke ouder, na aftrek van diens eigen levensonderhoud, kan missen voor de kinderen. De Rechtspraak publiceert hiervoor de Draagkrachttabel. bron

De tabel houdt rekening met:

  • het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de ouder alleen;
  • een forfaitaire woonlast van 30% van het NBI;
  • noodzakelijke lasten (bijstandsnorm voor alleenstaande of gezinslid);
  • een iets-vrij-te-laten-bedrag (draagkrachtloos);
  • 70% van het resterende bedrag is beschikbaar voor kinderalimentatie;
  • bijzondere lasten (schulden, hoge woonlasten) kunnen op de draagkracht in mindering worden gebracht.

Voor de niet-verzorgende ouder die een co-ouderschap (zorgverdeling van ongeveer gelijk) uitoefent, geldt een zorgkorting: een forfaitaire korting op de bruto kinderalimentatie in verband met de kosten die hij of zij zelf maakt wanneer het kind bij hem of haar is.


4. Stap 3 – Verdeling van de behoefte

De totale behoefte van het kind wordt verdeeld in de verhouding van de draagkracht van beide ouders.

  • Voorbeeld: behoefte = € 1.000 per maand. Draagkracht ouder A = € 400, draagkracht ouder B = € 600. Dan draagt A 40% en B 60% bij, met dien verstande dat de ouder bij wie het kind woont (de verzorgende ouder) zijn eigen aandeel "in natura" voldoet door de dagelijkse zorg.
  • De bijdrage van de niet-verzorgende ouder is verder gemaximeerd: het bedrag mag de behoefte en de eigen draagkracht niet overschrijden (de laagste van de twee vormt het maximum).
  • Voor minderjarigen is de minimumbijdrage € 25 per kind per maand wanneer het NBI van de betalende ouder onder ca. € 1.470 ligt.

5. Wettelijke indexering (jaarlijkse verhoging)

Elk vastgesteld bedrag wordt automatisch aangepast met het wettelijke indexeringspercentage. Per 1 januari 2026 is de indexering 4,6% (vastgesteld door de Minister van Justitie in november 2025). bron LBIO De verhoging geldt ook voor onderling vastgelegde bedragen en is verplicht.


6. Kinderen van 18 tot 21 jaar

De verplichting eindigt niet automatisch bij meerderjarigheid. Vanaf 18 jaar is er een zelfstandig recht op een bijdrage in kosten van levensonderhoud en studie (artikel 1:395a BW, van overeenkomstige toepassing verklaard in artikel 1:395b BW) tot21 jaar. Eigen inkomen van de jongere (bijbaan, studiefinanciering telt niet als inkomen) kan de bijdrage verlagen.


7. Belangrijke bijzonderheden en uitzonderingen

OnderwerpRegel
Co-ouderschapBeide ouders dragen bij in een verhouding gelijk aan hun draagkracht; er geldt een zorgkorting op het te betalen bedrag.
StiefouderHeeft op grond van artikel 1:395/1:404 lid 2 BW een onderhoudsplicht jegens stiefkinderen waarvan de verzorging en opvoeding tot zijn gezin behoren.
Wijziging van omstandighedenEenmaal vastgestelde of overeengekomen alimentatie kan op grond van artikel 1:401 BW worden gewijzigd bij een wijziging van omstandigheden (andere inkomens, nieuwe partner, andere zorgverdeling).
Niet-wijzigingsbedingEen contractueel beding dat kinderalimentatie niet meer kan worden gewijzigd, kan onder omstandigheden op grond van de redelijkheid en billijkheid buiten toepassing worden verklaard (Hoge Raad 12 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:215).
AfkoopAfkoop van kinderalimentatie is niet mogelijk; een afspraak daartoe is nietig wegens strijd met de openbare orde.
FiscaalBetaalde kinderalimentatie is niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting (sinds 2014) en niet belast bij de ontvanger.
Bijzondere kostenKinderopvang, bijzondere schoolkosten, medische kosten e.d. kunnen bovenop het all-in bedrag worden vergoed als ze redelijk zijn en in de ouderschapsafspraken of bij beschikking zijn opgenomen.

8. Praktisch

  1. Ouders (of hun advocaat/mediator) maken een berekening met de officiële software van het LBIO of met de tabellen van rechtspraak.nl.
  2. Worden de ouders het eens, dan leggen zij de afspraak vast in het ouderschapsplan (bij minderjarigen) of een convenant.
  3. Worden zij het niet eens, dan kan de rechter op verzoek van de verzorgende ouder het bedrag vaststellen (artikel 1:406 BW). Ook het LBIO kan de inning overnemen.
  4. Jaarlijks wordt het bedrag automatisch geïndexeerd (2026: +4,6%). Een verzoek tot wijziging blijft mogelijk bij gewijzigde omstandigheden.

Dit artikel is een algemene toelichting op de gangbare rekenmethode in2025/2026 op grond van het Burgerlijk Wetboek en de Tremanormen. De werkelijke hoogte van de kinderalimentatie is altijd maatwerk; voor een bindende berekening of een procedure is bijstand van een advocaat, mediator of het LBIO aanbevolen.