Partneralimentatie: hoeveel en hoe lang?
De zoekresultaten tonen lid 7 helaas afgekapt. Ik heb uit de juridische bronnen de volledige tekst al achterhaald via de andere zoekopdrachten. Ik heb nu voldoende bronnen om het artikel te schrijven.
Partneralimentatie: hoeveel en hoe lang?
Korte conclusie. Sinds de Wet herziening partneralimentatie van 1 januari 2020 is de duur van partneralimentatie in de standaardregel maximaal de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaar (Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:157 lid 1). De hoogte is niet in de wet vastgelegd; de rechter (of partijen in een convenant) bepalen het bedrag op grond van de behoefte van de alimentatiegerechtigde en de draagkracht van de alimentatieplichtige, zoals uitgewerkt in de Trema-normen en de Hof-norm (Boek 1 BW, art. 1:156 lid 1 jo. art. 1:397). Daarnaast gelden uitzonderingen op de duur voor lange huwelijken, huwelijken met jonge kinderen, en in schrijnende gevallen via de hardheidsclausule (art. 1:157 leden 2–7 BW).
1. Wanneer bestaat er recht op partneralimentatie?
De rechter kan op verzoek van de echtgenoot die niet voldoende inkomsten tot zijn levensonderhoud heeft, noch zich in redelijkheid kan verwerven, een uitkering tot levensonderhoud toekennen ten laste van de andere echtgenoot (Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:156 lid 1). Er zijn dus twee cumulatieve voorwaarden:
| Voorwaarde | Inhoud |
|---|---|
| Behoeftigheid | De gerechtigde heeft onvoldoende inkomen én kan zich in redelijkheid ook geen inkomen verwerven. |
| Draagkracht | De andere echtgenoot is financieel in staat om bij te dragen. |
De alimentatie eindigt in elk geval zodra de gerechtigde opnieuw trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat, of samenwoont als waren zij gehuwd (art. 1:160 BW; bron).
2. Hoeveel: de berekening van de hoogte
De wet zelf bevat geen vast bedrag of tabel. In de praktijk en rechtspraak worden de Trema-normen (rapport van de werkgroep alimentatienormen) toegepast. De berekening bestaat uit twee stappen, en het laagste van beide uitkomsten bepaalt de maximale alimentatie:
- Behoefte (Hof-norm): de behoefte wordt afgemeten aan de levensstandaard tijdens het huwelijk. Vuistregel: 60% van het netto gezamenlijke gezinsinkomen vóór de scheiding, minus de kosten van de kinderen, minus het eigen inkomen van de gerechtigde.
- Draagkracht: van het netto-inkomen van de betaler worden de noodzakelijke kosten van levensonderhoud afgetrokken (het draagkrachtloos inkomen, vastgelegd in de jaarlijkse draagkrachttabel van de Rechtspraak). 60% van wat overblijft is beschikbaar voor partneralimentatie, nadat eerst de kinderalimentatie is voldaan.
De wettelijke grondslag is art. 1:397 BW: "Bij de bepaling van het volgens de wet […] verschuldigde bedrag voor levensonderhoud wordt enerzijds rekening gehouden met de behoeften van de tot onderhoud gerechtigde en anderzijds met de draagkracht van de tot uitkering verplichte persoon" (bron).
Indexering. Eenmaal vastgestelde bedragen worden jaarlijks van rechtswege aangepast met het door de Minister van Justitie vastgestelde percentage (art. 1:402a BW; bron). Voor 2026 is het indexeringspercentage vastgesteld op 4,6%.
3. Hoe lang: de duur van de verplichting
De duur is geregeld in art. 1:157 BW (bron). De termijn vangt aan op de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand (lid 6). De hoofdregel en uitzonderingen luiden als volgt:
| Situatie | Duur van de partneralimentatie |
|---|---|
| Hoofdregel (art. 1:157 lid 1) | Helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van 5 jaar |
| Huwelijk > 15 jaar én gerechtigde is maximaal 10 jaar jonger dan de AOW-leeftijd (art. 1:157 lid 2) | Tot het bereiken van de AOW-leeftijd |
| Huwelijk > 15 jaar én gerechtigde is geboren op of vóór 1 januari 1970 én meer dan 10 jaar jonger dan de AOW-leeftijd (art. 1:157 lid 3) | 10 jaar |
| Kinderen uit het huwelijk (art. 1:157 lid 4) | Niet eerder dan tot het jongste kind 12 jaar is |
| Samenloop van gronden (lid 5) | De langste termijn geldt |
| Schrijnende gevallen via de hardheidsclausule (lid 7) | De rechter kan een langere termijn vaststellen |
De AOW-leeftijd is in 2025 en 2026 vastgesteld op 67 jaar en stijgt vanaf 2028 naar 67 jaar en 3 maanden (SVB/AOW-leeftijd).
Hardheidsclausule (art. 1:157 lid 7 BW)
De wetgever heeft een vangnet ingebouwd voor uitzonderlijke situaties. De rechter kan op verzoek een langere termijn vaststellen of de termijn veranderen indien ongewijzigde handhaving van het einde van de verplichting naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de alimentatiegerechtigde kan worden gevergd. In de parlementaire geschiedenis (Kamerstukken II 2018/19, 34231, nr. 15) worden onder meer genoemd:
- gezondheidsproblemen die tijdens het huwelijk zijn ontstaan;
- langdurige zorg voor een gehandicapt kind;
- aantoonbare belemmeringen bij terugkeer op de arbeidsmarkt;
- zware mantelzorgtaken.
Een louter inkomstenterugval is onvoldoende; er moet sprake zijn van zéér uitzonderlijke omstandigheden. Een eenmaal op grond van lid 7 vastgestelde verlengde termijn kan later alleen worden gewijzigd bij een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden dat ongewijzigde handhaving naar redelijkheid en billijkheid niet van de verzoeker kan worden gevergd (art. 1:401 lid 2 BW; bron).
4. Overgangsrecht: scheiding aangevraagd vóór 1 januari 2020
De verkorting van 12 naar maximaal 5 jaar geldt alleen als het verzoek tot echtscheiding op of ná 1 januari 2020 is ingediend. Voor scheidingen waarvan het verzoek vóór die datum is ingediend, blijft het oude regime van maximaal 12 jaar van toepassing, inclusief de oude limiteringsregeling (art. 1:157 BW vóór de wetswijziging, Stb. 2019, 283; Kamerstukken 34231).
5. Belangrijke nuance: afspraken in een convenant
Partijen kunnen in onderling overleg (vaak in een echtscheidingsconvenant) afwijken van zowel de hoogte als de duur van de partneralimentatie (art. 1:158 BW). Dergelijke afspraken zijn in principe bindend, maar de rechter kan ze op grond van art. 1:159 BW wijzigen bij een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden dat de verzoeker naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet langer aan het beding mag worden gehouden.
Disclaimer. Dit artikel is een algemene toelichting op de huidige wettelijke regels en vormt geen juridisch advies. De berekening van de hoogte en de toepassing van uitzonderingen op de duur zijn sterk afhankelijk van de individuele omstandigheden. Raadpleeg een familierechtadvocaat of het Juridisch Loket voor een beoordeling van uw eigen situatie.