Alle vragen

Wat mag een incassobureau wel en niet?

ConsumerWetgeving gecontroleerd op Also available in English

Kort antwoord

Een incassobureau mag in Nederland alleen buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verrichten als het is geregistreerd in het register incassodienstverlening (Wet kwaliteit incassodienstverlening, Wki). Het mag de schuldenaar aanspreken op een openstaande vordering, een aanmaning sturen en — na een correcte veertiendagenbrief — buitengerechtelijke incassokosten in rekening brengen volgens de wettelijke staffel. Het mag niet dreigen met maatregelen die het niet kan nemen, niet buiten de toegestane tijden contact opnemen, niet zonder grondslag kosten in rekening brengen, niet de schuld openbaar maken aan derden zoals de werkgever en niet optreden als deurwaarder. Wie na1 oktober 2026 zonder registratie incasseert, pleegt een economisch delict.

##1. Toegang tot de markt: registratie is verplicht

Sinds 1 april 2024 geldt de Wet kwaliteit incassodienstverlening (Wki). De wet maakt onderscheid tussen drie groepen:

CategoriePositie onder de Wki
Incassobureaus (verrichters/aanbieders van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden)Verboden zonder inschrijving in het register (art. 4 lid 1 Wki)
Gerechtsdeurwaarders, waarnemend/kandidaat/toegevoegd gerechtsdeurwaardersUitgezonderd van de registratieplicht (art. 4 lid 2 onder a Wki)
Advocaten ingeschreven op het tableau (en advocaten bedoeld in art. 16b Advocatenwet)Uitgezonderd van de registratieplicht (art. 4 lid 2 onder b Wki)

Het register wordt gehouden door de Minister voor Rechtsbescherming (art. 3 Wki). Een incassobureau moet onder de naam en met vermelding van het registratiekenmerk uit het register werken (art. 11 lid 1 Wki). Medewerkers die contact hebben met schuldenaren of daaraan leiding geven, moeten een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) overleggen die niet ouder is dan drie maanden (art. 12 lid 1 Wki). Bestaande bureaus hadden tot 1 april 2025 de tijd om zich te registreren; vanaf 1 oktober 2026 mag niet-geregistreerd incassowerk worden aangemerkt als economisch delict.

2. Wat een incassobureau wél mag

  • Een vordering innen namens een derde of na overdracht van de vordering, voor zover het gaat om "activiteiten ter verkrijging van voldoening buiten rechte van een vordering tot betaling van een geldsom" (art. 1 Wki, begripsbepaling buitengerechtelijke incassowerkzaamheden).
  • Een aanmaning sturen nadat de schuldenaar in verzuim is. Het verzuim treedt in door een schriftelijke ingebrekestelling met een redelijke termijn (art. 6:82 BW), of — bij handelstransacties — zonder ingebrekestelling zodra een overeengekomen of wettelijke betaaldatum is verstreken (art. 6:83 onder a BW jo. art. 6:119a BW).
  • Buitengerechtelijke incassokosten in rekening brengen volgens de wettelijke staffel. Het minimum is € 40 en het maximum € 6.775 (art. 2 Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, hierna: Bik). De staffel werkt trapsgewijs over de hoofdsom:
Tranche van de hoofdsomPercentage incassokosten
Eerste € 2.50015%
Volgende € 2.50010%
Volgende € 5.0005%
Volgende € 190.0001%
Meerdere boven € 200.0000,5%
  • Bij kleine termijnvorderingen (≤ € 266,67) gelden extra anticumulatieregels sinds 1 oktober 2024: maximaal € 40 voor de eerste aanmaning in een periode van zes maanden en € 20 voor elke volgende (art. 2a Bik, in samenhang met art. 6:96 lid 8 BW).
  • Inzicht geven in de opbouw van de vordering, zowel jegens de schuldenaar als de schuldeiser (art. 13 lid 2 Wki).
  • Correct omgaan met de schuldenaar en goede informatievoorziening bieden, waaronder een interne klachtenregeling en aansluiting bij een geschillenregeling (art. 13 leden 3 en 5 Wki).
  • Contact opnemen met de schuldenaar tussen 07:00 en 20:00 uur op gewone werkdagen, maar niet op zondagen of algemeen erkende feestdagen (Besluit kwaliteit incassodienstverlening, Bki; de regeling sluit aan op art. 64 Rv en de Algemene termijnenwet).
  • Een betalingsregeling voorstellen en namens de schuldeiser onderhandelen.
  • Rechtsmaatregelen aankondigen die het bureau zelf mag adviseren of die de schuldeiser kan nemen (bijvoorbeeld het inschakelen van een gerechtsdeurwaarder voor een dagvaarding).

3. Wat een incassobureau níét mag

  • Zonder registratie werken of zich onder een andere naam dan het geregistreerde kenmerk presenteren (art. 4 lid 1 jo. art. 11 lid 1 Wki). Overtreding is een economisch delict (art. 1 lid 2 Wet op de economische delicten, in samenhang met de Wki).
  • Incassokosten in rekening brengen bij een consument-schuldenaar zonder een correcte veertiendagenbrief. De vergoeding is pas verschuldigd nadat de consument na het intreden van het verzuim, onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling (waaronder het gevorderde incassokostenbedrag), vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen veertien dagen na ontvangst van de aanmaning (art. 6:96 lid 6 BW). Worden in één aanmaning meerdere vorderingen aangemaand, dan moeten de hoofdsommen bij elkaar worden opgeteld (art. 6:96 lid 7 BW).
  • De wettelijke staffel of anticumulatieregels overschrijden. Van de staffel mag niet ten nadele van de consument-schuldenaar worden afgeweken (art. 6:96 lid 5 BW); bij termijnbetalingen ≤ € 266,67 geldt de € 140-grens per zes maanden uit art. 2a Bik.
  • Dreigen met rechtsmaatregelen die het (nog) niet mag nemen, geen agressief, intimiderend of misleidend taalgebruik gebruiken en geen oneigenlijke druk uitoefenen (art. 13 lid 3 Wki en de uitgewerkte regels in Bki/Rki).
  • De schuldenaar tussen 20:00 en 07:00 uur benaderen, of op zondagen en algemeen erkende feestdagen, ongeacht of dit telefonisch, per e-mail, sms of aan de deur gebeurt (Bki, aansluitend op art. 64 Rv).
  • De schuld openbaar maken aan derden zoals de werkgever, buren, de huisarts of via social media. Persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt voor zover dat noodzakelijk is voor de incasso (Algemene verordening gegevensbescherming; art. 13 lid 3 Wki). Het voeren van een "straatactie" bij buren of het sturen van brieven naar het werk is niet toegestaan.
  • Zich uitgeven voor deurwaarder, advocaat, rechter of overheidsinstantie, of ambtshandelingen verrichten die exclusief aan de gerechtsdeurwaarder zijn voorbehouden (zoals beslaglegging, betekening van exploten of tenuitvoerlegging van een vonnis).
  • Medewerkers inzetten zonder VOG of zonder geregistreerde bestuurder (art. 12 Wki).
  • Druk uitoefenen om niet-toegestane (versnelde) betaling via bijzondere kanalen af te dwingen, of betalingsbewijzen eisen die de schuldenaar niet kan weigeren zonder de vordering te erkennen (art. 13 lid 3 Wki).

4. Verhouding tot andere regels en partijen

  • Faillissementswet en gerechtsdeurwaarders: een incassobureau kan een faillissementsaanvraag of een dagvaardingsprocedure niet zelfstandig uitvoeren. Voor exploten, beslag en tenuitvoerlegging is een gerechtsdeurwaarder nodig (Gerechtsdeurwaarderswet).
  • Algemene verordening gegevensbescherming (AVG): het verwerken van persoonsgegevens in de incasso is aan banden gelegd; voor bijzondere gegevens gelden aanvullende eisen.
  • Wetboek van Strafrecht: naast bestuurlijke handhaving blijft strafrechtelijke vervolging mogelijk bij bijvoorbeeld afpersing of stalking.

5. Handhaving en toezicht

  • Inspectie Justitie en Veiligheid houdt toezicht op de kwaliteitseisen en de registratieplicht (art. 14 e.v. Wki).
  • Dienst Justis beheert het register en verricht de antecedentscreening bij inschrijving.
  • Overtreding van de artikelen 11, 12 of 13 Wki kan leiden tot een bestuurlijke boete (art. 16 Wki), schorsing (art. 9 Wki) of doorhaling van de registratie (art. 10 Wki).

6. Veelvoorkomende uitzonderingen

  • B2B-schuldenaren (ondernemers die niet als consument handelen): het veertiendagenbrief-vereiste van art. 6:96 lid 6 BW geldt niet. Wel kan de schuldeiser aanspraak maken op minimaal € 40 incassokosten zonder aanmaning (art. 6:96 lid 4 BW).
  • Vorderingen uit onrechtmatige daad of schadevergoeding: de aanmaning kan in bepaalde gevallen achterwege blijven (art. 6:83 onder b BW), maar de staffel uit het Bik blijft het maximum.
  • Schuldsanering of WSNP: zodra de schuldsaneringsregeling is uitgesproken, mag een incassobureau niet meer zelfstandig invorderen; de bewindvoerder is exclusief bevoegd (Faillissementswet).

Disclaimer Dit artikel geeft de algemene lijn van het per1 oktober 2026 geldende recht en is geen juridisch advies. Voor een concrete situatie is een op het dossier toegesneden advies van een advocaat of juridisch adviseur aanbevolen.

Bronnen