Wie krijgt het huis na een relatiebreuk?
Conclusie
Wie de woning krijgt na een relatiebreuk hangt af van de juridische status van de relatie en van wat er vooraf schriftelijk is afgesproken:
| Situatie | Uitgangspunt voor de woning |
|---|---|
| Getrouwd of geregistreerd partnerschap, zonder huwelijkse voorwaarden (beperkte gemeenschap, sinds 2018 de wettelijke standaard) | Woning die tijdens het huwelijk is verkregen of gezamenlijk eigendom was, valt in de gemeenschap en wordt bij echtscheiding 50/50 verdeeld (art. 1:100 BW). |
| Getrouwd met huwelijkse voorwaarden (HV) | HV bepalen de verdeling; bij periodiek verrekenbeding kan alsnog bijgepast worden (art. 1:132 e.v. BW). |
| Ongehuwd samenwonend (geen samenlevingscontract) | Woning staat op naam van degene die in de leveringsakte staat (of 50/50 bij gezamenlijke aankoop). Geen wettelijke gemeenschap, geen partneralimentatie, geen pensioenverevening. |
In alle gevallen kunnen partijen via een (echtscheidings)convenant of samenlevingscontract een andere verdeling overeenkomen. Lukt dat niet, dan beslist de rechter.
1. Getrouwd of geregistreerd partnerschap: de wettelijke gemeenschap van goederen
Sinds 1 januari 2018 is de standaard een beperkte gemeenschap van goederen. Alleen wat tijdens het huwelijk wordt verkregen (en wat al vóór het huwelijk gezamenlijk eigendom was) valt in de gemeenschap. Bezittingen van vóór het huwelijk, erfenissen en giften blijven buiten de gemeenschap, tenzij anders bepaald (art. 1:94 lid 2 BW). Wie vóór 2018 trouwde zonder HV valt nog onder het oude recht (algehele gemeenschap); de overgangsregeling beschermt dat.
Verdeling na echtscheiding
Bij echtscheiding wordt de gemeenschap ontbonden op het moment van indiening van het verzoek (art. 1:99 lid 1 sub b BW). Iedere echtgenoot heeft recht op de helft, tenzij bij HV of in een schriftelijke overeenkomst iets anders is afgesproken (art. 1:100 lid 1 BW). Voor de hypotheekschuld geldt hetzelfde: schulden die tot de gemeenschap behoren worden gelijkelijk gedragen, tenzij redelijkheid en billijkheid iets anders vergen (art. 1:100 lid 2 BW).
De woning kan in de verdeling op drie manieren worden afgewikkeld:
- Toedeling aan één partij: de ander krijgt de helft van de overwaarde uitgekeerd.
- Verkoop aan een derde: de opbrengst (na aflossing hypotheek) wordt 50/50 gedeeld.
- Overname van het aandeel: de achterblijver "koopt" het aandeel van de vertrekker.
Tijdens het huwelijk mag een echtgenoot de echtelijke woning niet zonder toestemming van de ander vervreemden, bezwaren of verhuren (art. 1:88 lid 1 sub a BW).
2. Getrouwd met huwelijkse voorwaarden
Met HV kan van de wettelijke verdeling worden afgeweken, mits niet in strijd met de wet, de openbare orde of de goede zeden (art. 1:121 BW). Veelvoorkomende regimes:
- Koude uitsluiting: ieder blijft eigenaar van wat hij of zij heeft. Wie op eigen naam de woning heeft gekocht, houdt die.
- Periodiek verrekenbeding: afgesproken wordt dat jaarlijks de inkomsten of de aanwas wordt verrekend. Gebeurt dat niet jaarlijks, dan ontstaat bij einde huwelijk een vordering (art. 1:141 lid 1 en 3 BW); het vermogen wordt dan vermoed uit het niet-verrekende bedrag te zijn gevormd.
- Finaal verrekenbeding: alleen verrekening op het moment dat het huwelijk eindigt.
Bij finale of koude uitsluiting die jarenlang niet is uitgevoerd, kan de rechter via de beleggingsleer corrigeren dat een nominale vordering meebeweegt met de waarde van de woning.
3. Geregistreerd partnerschap
Voor het geregistreerd partnerschap gelden vrijwel dezelfde vermogensrechtelijke regels als voor het huwelijk (art. 1:80b BW). Een eindovereenkomst tussen geregistreerde partners regelt, op straffe van nietigheid voor een enkel punt, dezelfde onderwerpen als bij echtscheiding, waaronder de bestemming van de echtelijke woning (art. 1:80d lid 1 BW).
4. Ongehuwd samenwonend: geen wettelijke gemeenschap
Voor ongehuwd samenwonenden geldt het wettelijke huwelijksvermogensrecht niet. Er bestaat geen wettelijke gemeenschap van goederen, geen wettelijke partneralimentatie en geen pensioenverevening. Wat er met de woning gebeurt, hangt af van:
a) De leveringsakte
Wie in de notariële leveringsakte als eigenaar staat, is eigenaar. Bij gezamenlijke aankoop staat de eigendomsverhouding (bijv. 50/50 of 70/30) in de akte. Samenwoners die samen kopen, vormen samen een eenvoudige gemeenschap (Boek 3, Titel 7 BW, art. 3:166 e.v.).
b) Vergoedingsrechten en schulderkenningen
Heeft de een meer eigen geld ingebracht in de woning of hypotheek dan de ander, dan kan daarvoor een vergoedingsrecht of een onderlinge schuld worden afgesproken. Zonder afspraak blijft dit een kwestie van redelijkheid en billijkheid. Veel samenwoners leggen dit vast in een samenlevingsovereenkomst, inclusief een regeling voor de verdeling bij beëindiging van de relatie.
c) Geen partneralimentatie
Anders dan bij echtscheiding bestaat er na het einde van een ongehuwd samenwonen geen wettelijke verplichting om de ex-partner te onderhouden. Wel kan de rechter op grond van ongeschreven zorgvuldigheidsnormen in schrijnende gevallen een billijkeheidscorrectie toepassen.
d) Geen pensioenverevening
De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding is niet van toepassing op ongehuwd samenwonenden. Wel kan de partner aanspraak maken op het bijzonder partnerpensioen dat tijdens de relatie is opgebouwd.
5. Wie mag in de woning blijven?
- Tijdens de procedure: de rechter kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen over de woning (art. 822 lid 1 onder a Rv).
- Direct na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking: de echtgenoot die de woning bewoont, kan de rechter vragen om maximaal zes maanden voortgezet gebruik tegen een redelijke vergoeding (art. 1:165 lid 1 BW). Deze voorziening loopt niet vooruit op de definitieve verdeling.
- Definitieve bestemming: de woning wordt ofwel toegedeeld, verkocht, of overgenomen. Bij toedeling aan één echtgenoot kan de rechter een overnamevergoeding vaststellen op grond van redelijkheid en billijkheid. Vaak wordt dit al in het echtscheidingsconvenant geregeld.
6. Veelgestelde subvragen
Krijg ik alimentatie als ik ongehuwd samenwoonde? Niet via de wettelijke alimentatieregeling. Onderhoudsverplichtingen tussen ongehuwd samenwonenden bestaan wettelijk niet; alleen via een samenlevingsovereenkomst kan dit zijn afgesproken.
Wie betaalt de hypotheek na de breuk? Bij gehuwden met een gemeenschap van goederen tot de ontbinding (art. 1:99 BW) draaien beiden in principe voor de helft van de hypotheekschuld op, ook als één partij er feitelijk blijft wonen. Bij HV of bij samenwoners bepalen de afspraken wie de lasten draagt; ontbreken die, dan kan de ander via een vergoedingsrecht een deel terugvorderen.
Valt een erfenis die ik gebruik voor de hypotheek in de gemeenschap? Onder het recht van vóór 2018 ja, tenzij er een uitsluitingsclausule was. Onder het recht van na 1 januari 2018 valt een erfenis buiten de beperkte gemeenschap, maar als het geld wordt gebruikt om een tot de gemeenschap behorende woning te verbeteren, ontstaat meestal een vergoedingsrecht (art. 1:87 BW jo. 1:94 BW).
Wat als de woning op naam van mijn partner staat? Bij gehuwden zonder HV en verkregen tijdens het huwelijk maakt het erfrechtelijk niet uit: het goed valt in de gemeenschap. Bij HV of bij ongehuwd samenwoners is de eigenaar in principe degene die op het kadaster staat, tenzij een vergoedingsrecht of samenlevingsovereenkomst iets anders bepaalt.
7. Wanneer naar een advocaat of mediator
De verdeling van de woning is fiscaal en juridisch verstrekkend. Overdrachtsbelasting, hypotheekrenteaftrek, alimentatie en pensioenverevening raken direct aan deze keuze. Bij twijfel, onenigheid of een geschil over vergoedingsrechten is een mediator of een gespecialiseerd advocaat familierecht aan te raden.
Disclaimer
Dit overzicht geeft de hoofdlijnen van het huidige Nederlandse recht en is geen juridisch advies. De precieze uitkomst hangt af van de feiten, de gemaakte afspraken en de toepasselijke overgangsregels. Raadpleeg een advocaat of notaris voor een bindend oordeel in een concreet geval.
Bronnen (geraadpleegd via wetten.overheid.nl en rechtspraak.nl)
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:80b BW (geregistreerd partnerschap) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=80b
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:80d BW (overeenkomst beëindiging geregistreerd partnerschap) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=80d
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:88 BW (toestemming echtgenoot bij rechtshandelingen) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=88
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:94 BW (wettelijke gemeenschap van goederen) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=94
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:99 BW (ontbinding gemeenschap) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=99
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:100 BW (verdeling ontbonden gemeenschap) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=100
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:121 BW (huwelijkse voorwaarden) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=121
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:132 BW (verrekenplicht) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=132
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:137 BW (verrekening in geld) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=137
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:141 BW (periodieke verrekenplicht) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=141
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:156 BW (uitkering tot levensonderhoud na echtscheiding) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=156
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:157 BW (duur alimentatie) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=157
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:158 BW (alimentatie via overeenkomst) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=158
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:160 BW (einde alimentatie) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=160
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:165 BW (voortgezet gebruik echtelijke woning) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=165
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:166 BW (herleving gevolgen bij hertrouwen) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=166
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:175 BW (gebruik woning bij scheiding van tafel en bed) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=175
- Burgerlijk Wetboek Boek 3, Titel 7 (eenvoudige gemeenschap) — https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291
- Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS) — toepassing op gehuwden en geregistreerde partners; recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, art. 822 Rv (voorlopige voorzieningen)